Stellatumblokkade

De stellatumblokkade is een behandeling waarbij een verdovend medicijn wordt ingespoten in de hals, ter hoogte van een zenuwknoop van het onwillekeurige zenuwstelsel. Doel hiervan is vermindering van pijn. De behandeling wordt toegepast bij zenuwpijn in de onderkaak, nek, schouder, borst en/of arm en soms bij een sympathische reflexdystrofie van de arm. Het woord "stellatum" is de medische term die verwijst naar de zenuwknoop in de hals."Blokkade" geeft aan dat de pijn als het ware "geblokkeerd" wordt. In deze brochure vindt u meer informatie over deze behandeling.

Voorzorgsmaatregelen

Indien één van de onderstaande punten op u van toepassing is, verzoeken wij u contact op te nemen met uw behandelend arts vóór het onderzoek:

  • U gebruikt bloedverdunnende medicijnen.
  • U bent mogelijk zwanger.
  • U heeft suikerziekte.
  • U bent allergisch of overgevoelig voor jodiumhoudende contrastmiddelen, jodium, medicijnen of pleisters.

De dag van de behandeling

De behandeling vindt plaats in DC|Pijncentrum. U kunt zich melden bij de receptie. Zorg dat u op tijd aanwezig bent. U neemt, eventueel met uw begeleider, plaats in de wachtruimte. Zodra u aan de beurt bent, wordt u naar de behandelkamer gebracht. In verband met het gebruik van röntgenstralen, kan de begeleider niet bij de behandeling aanwezig zijn. Hij/zij kan wachten in de wachtruimte. Rekent u op een verblijf van ongeveer een uur.

De behandeling

U gaat op uw rug een smalle tafel liggen. De huid van de hals wordt verdoofd. Nadat de naald onder röntgendoorlichting is geplaatst wordt ter controle van de positie van de naald contrast-vloeistof ingespoten. Vervolgens spuit de pijnspecialist een verdovingsmiddel in bij de zenuwknoop.

Duur van de behandeling

De behandeling duurt ongeveer tien minuten. Na de behandeling wordt u op een bed op de recovery gelegd en na 15 minuten bespreekt de pijnspecialist met u wanneer hij u wil terugzien voor controle.

Complicaties/bijwerkingen

De volgende complicaties of bijwerkingen kunnen na een stellatumblokkade optreden:

  • Na de behandeling kunt u met het oog aan de behandelde kant wazig zien en het ooglid kan wat afhangen. Dit is van tijdelijke aard en duurt meestal enkele uren.
  • Als er een bloedvaatje is geraakt bij het prikken, kan een bloeduitstorting ontstaan. Dit veroorzaakt soms wat pijn.
  • Bij het prikken ter hoogte van de borstkas en ribben kan het longvlies geraakt worden, waardoor een klaplong kan ontstaan. De kans hierop is zeer klein.
  • Zeer zeldzaam is een tijdelijke verlamming van de stembanden.

Na de behandeling

  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet zelfstandig aan het verkeer deelnemen. U dient er zelf voor te zorgen dat iemand anders u naar huis brengt.
  • Er kan napijn optreden ten gevolge van de injectie. Deze pijn kan enige dagen aanhouden. U kunt hiervoor eventueel een pijnstiller innemen (bijvoorbeeld paracetamol volgens bijsluiter).
  • Op de prikplaats wordt een pleister geplakt. Deze mag u 's avonds of de volgende dag verwijderen. U kunt dan ook weer douchen en baden.
  • Pas na enkele weken kan het resultaat van de behandeling worden beoordeeld. Het is echter goed mogelijk dat u al eerder een gunstig effect bemerkt. In een aantal gevallen moet de behandeling herhaald worden.

Belangrijk

De anticonceptiepil is tot de eerst volgende menstruatie niet meer betrouwbaar!

Vragen?

Als u vragen heeft, stelt u die dan gerust. U kunt ons tussen 8.30 uur en 16.30 uur bellen op tel. (036) 548 2160 of (010) 217 6900.

Tot slot

Wij doen er alles aan uw bezoek aan DC|Pijncentrum zo plezierig mogelijk te laten verlopen. Als u niet geheel tevreden bent horen wij dit graag. Heeft u vragen n.a.v. deze informatie of het onderzoek, stelt u die dan gerust. Wanneer u een klacht heeft kunt u zich richten tot onze klachtenfunctionaris, tel. (070) 330 1200. Zij vraagt wat u wilt dat er met uw klacht gebeurt. Dat kan een bemiddelingsgesprek inhouden of het vragen van een reactie van de persoon op wie uw klacht betrekking heeft. U kunt ook besluiten om uw klacht door de klachtencommissie te laten behandelen. De klachtenfunctionaris kan u over elk van deze stappen verder informeren.